Onze drive

Onze drive………      remote school papua …..Kuyawage

 Waarom is dit nodig?

 Hof van Eden en val uit het Paradijs …

Papua is het op-één-na grootste eiland ter wereld (op Groenland na) en heeft het grootste tropisch regenwoud ter wereld buiten de Amazone. De verschillende Papua volkeren en stammen bevinden zich overwegend niet in een paradijselijke natuurlijke toestand maar in een situatie waarin zij trachten te overleven, kampend met grote gezondheidsproblemen en ecologische en maatschappelijke factoren die hun eigen ontwikkeling beperken. Het onderwijs in de provincie Papua/West-Papua van Indonesië verkeert al sinds de introductie van het onderwijssysteem op een erbarmelijk, of afwezig niveau. Dit terwijl het gros van de Papua-bevolking een groot belang hecht aan onderwijs voor hun kinderen voor hun maatschappelijke, economische en politieke ontwikkeling. Kennisontwikkeling en communicatiemogelijkheden worden algemeen gezien als de sleutel tot overleving.

 Hoe komt dit?

 Een hedendaags Babylon …

Voor de slechte toestand van het onderwijssysteem zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Deze zijn o.a. gelegen in de moeilijke, geografische bereikbaarheid van verschillende gebieden, die zich veelal ofwel in de jungle/tropisch regenwoud bevinden, ofwel op een enorme hoogvlakte tussen twee bergketens in de Baliemvallei. Dit laatste gebied, thuisbasis van de Dani- en Lani-volkeren (bekend van de vroegere dracht van peniskokers), is veelal slechts per vliegtuig bereikbaar. Dit maakt het vervoer van materiaal, ook schoolmateriaal zoals boeken, enorm duur, aangezien transportkosten betaald moeten worden per gewicht. Ook de politieke situatie, waarbij er sprake is van spanning en geweld tussen overheid/militairen enerzijds en onafhankelijkheidsstrijders voor een zelfstandig Papua anderzijds, heeft eraan bijgedragen dat de overheid zich geheel heeft teruggetrokken uit bepaalde gebieden, o.a. uit het gebied waar wij actief zijn. De enige institutie welke in het Lanijaya-gebied actief is gebleven, en door de bevolking wordt “toegelaten” is de kerk.

Aangezien de Indonesische overheid tientallen jaren geen bemoeienis van buitenlandse hulporganisaties heeft toegestaan in Papua is er in deze gebieden geen gezondheidszorg en is het onderwijssysteem dat men heeft trachten in te stellen tot stilstand gekomen.

De belangrijkste reden is evenwel gelegen in het onderwijssysteem zelf dat de Indonesische overheid heeft trachten op te leggen aan de inheemse bevolking. Evenals de Nederlandse overheid voor hen toen Papua nog Nederlands Nieuw-Guinea was, welke Papua’s op scholen Nederlands wilde leren, tracht sinds Indonesië sinds de annexatie van Papua in de zestiger jaren de Papua-bevolking Indonesisch (Bahasa Indonesia) te leren, alsook hen te doen opgaan in de Indonesische cultuur. Papua’s behoren echter tot een ander ras, zij zijn Melanesisch i.p.v. Aziatisch, zijn afkomstig uit verschillende stammenculturen, en hebben zich in hoofdzaak, voor meer dan 90%, bekeerd tot het Christendom, terwijl de dominante Indonesische cultuur Islamitisch is. Belangrijker nog: iedere stam in Papua spreekt een volstrekt eigen taal, in totaal op het hele eiland 1000 geheel verschillende talen. Meer dan 80 % van alle talen op aarde worden gesproken op Papua. Dit heeft als gevolg dat stammen elkaar niet kunnen verstaan, en ook geen Indonesisch, wat immers niet hun moedertaal is. Het gros van de bevolking is tevens analfabeet ; de inheemse talen kennen slechts een orale traditie.

Nu is het op zich niet vreemd dat de Indonesische overheid er groot belang aan hecht Papua-kinderen Indonesisch te leren, als een “lingua franca” waarmee zij niet alleen met overheidsdienaren, Indonesische immigranten (inmiddels meer dan 50% van de bevolking) maar ook met andere stammen zouden kunnen communiceren. Echter, de leraren die de overheid eerder aanstelde waren tevens vaak immigranten, niet afkomstig uit de gebieden en stammen waaraan zij les zouden moeten geven, waardoor zij niet alleen de locale cultuur niet kenden, maar tevens niet de moedertaal spraken van de stammen waar zij zouden moeten werken. Het gevolg was, in 96% van de gevallen, dat de leraren niet op kwamen dagen op school. Een bizarre situatie: kinderen moeten ’s ochtends vaak 1 a 2 uur lopen naar school, om er zeker 4 van de 5 dagen achter te komen dat hun leraar verzuimt. Indien de leraar er wel is kunnen kinderen en leraar elkaar niet verstaan.

Hoe dit verbeteren?

 In den beginne was het woord …

De oplossing van dit probleem vindt op dit moment echter plaats, via een grootschalig project voor de introductie van meertalig onderwijs, wat door de overheid voor het eerst wordt ondersteund. Dit houdt in dat leraren worden geworven uit de eigen stam en het eigen gebied, aldus de inheemse taal spreken en basaal Indonesisch, en in de eerste jaren (op peuter- en kleuterschoolniveau) in de inheemse taal les kunnen geven, waarbij een geleidelijke overgang richting meertalig onderwijs plaatsvindt, om na de derde klas lagere school de overgang richting Indonesisch onderwijs te maken. Marlôt heeft hiervoor een deel van het onderwijscurriculum geschreven, in samenwerking met S.I.L., een linguïstisch instituut dat leiding geeft aan dit project. Het project bevindt zich in een vierjarige, testfase, waarin meertalig onderwijs in afgelegen gebieden wordt getest, met als doel dat leerlingen beter presteren op deze wijze, beter Indonesisch leren spreken en aansluiting kunnen vinden bij het middelbare – en beroepsonderwijs. Meertalige lesmethoden zijn hierbij reeds ontwikkeld, alsook les- en leesmaterialen (waaronder de Bijbel) in de inheemse talen, in dit geval Lani, en leraren zijn geworven en getraind, en scholen worden op dit moment gebouwd en opgeknapt. Dit alles met steun van de lokale bevolking. Het gehele proces verloopt voorspoedig, wat de projectleider (Prof. J. Pikkert) onlangs een internationale “literacy award” heeft opgeleverd.

Dit omdat dit project er niet enkel toe leidt dat de onderwijsprestaties in het Indonesisch verbeteren van kinderen en zij aldus ook leren lezen en schrijven, maar dit ook leren in hun eigen taal. Hierdoor blijft de basis van hun eigen cultuur, hun taal, behouden zodat zij niet uitsterft. Hiertoe wordt op dit moment b.v. in één van de dorpen een speciale traditionele hut gebouwd welke dienst zal gaan doen als bibliotheek voor de school en de gehele gemeenschap, met leesmateriaal in het Indonesisch maar ook in hun eigen taal, ontwikkeld in samenwerking met linguisten, en op termijn hopelijk ook door henzelf!

Teachers content

Kortom: een revolutionair een goedlopend project dat voor het eerst de samenwerking tussen overheden en lokale stammen in afgelegen gebieden bewerkstelligt, en dat bij verder succes zal worden geïmplementeerd in heel Papua.

Echter, er is een factor onderschat in deze fase, en dat betreft het afgelegen en geïsoleerde karakter van de gebieden. Er is namelijk geen infrastructuur, er zijn geen wegen, er zijn geen wielen of gemotoriseerd verkeer, geen fossiele brandstoffen, er is geen communicatienetwerk (geen telefoonnetwerk) en er is geen electriciteit, er zijn geen lampen, ook geen kaarsen, en dus ook geen licht na zes uur ’s avonds als het donker wordt. Leraren kunnen dus ’s avonds geen lessen voorbereiden en hun boeken niet lezen, en kinderen en gezinnen evenmin. We hebben met verschillende dorpen, stammen en stamhoofden hierover overleg gevoerd. Zij vinden het gehele project fantastisch, maar wezen op de noodzaak van lampen en electriciteit voor het kunnen lezen van boeken en het probleem voor de enorm hoge transportkosten voor boeken gezien het gewicht ervan. Zij stelden ook zelf de oplossing voor, waarmee zij via de kerk reeds bekend waren geworden: Zonne-energie, lampen op zonne-energie, en tablets en e-books in plaats van papieren boeken!

Het klinkt op het eerste gehoor misschien raar, inheemse stammen met solar-energy en tablets in plaats van fossiele brandstoffen en boeken, maar het idee is even briljant alsook ecologisch gezien volstrekt logisch. Op één tablet van 500 gram kan immers al een gehele bibliotheek aan boeken worden geplaatst, maar ook lesmethoden kunnen interactief worden aangeboden aan leraren en kinderen, en eenvoudig worden geupdate (via usb welteverstaan). De kosten, vergeleken met de druk- en transportkosten van boeken, zijn verwaarloosbaar. Leesmateriaal in de eigen taal kan makkelijk via de linguïstische database worden gecreëerd en op termijn kunnen stammen hun eigen materiaal digitaal creëren, zonder dat er dure druk- of transportkosten aan te pas komen. Zowel economisch als onderwijskundig is er sprake van “leapfrogging”: In één sprong wordt de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en boeken/papier overgeslagen t.b.v. een duurzame en flexibele interactieve ontwikkeling.

De eerste tientallen solar-lampen en een groot zonnepaneel voor het laden van enkele laptops en tablets voor de leraren zijn inmiddels via ons netwerk geleverd bij het onderwijsteam en worden bij het eerstvolgende bezoek van het trainingsteam in het binnenland voor de lokale leraren meegenomen, geïnstalleerd en “geïnstrueerd”. Ons streven is de tientallen scholen betrokken bij het pilot-project te voorzien van solar-panels en tablets, alsook de eerste inheemse solar-powered tablet-bibliotheek. Bij welslagen van het project is de kans groot dat de Indonesische overheid de solar- en digitale technologie over heel Papua implementeert en bekostigt, zoals dat nu ook al in enkele andere ontwikkelingslanden en het naastgelegen PNG plaatsvindt.

Het klinkt misschien idealistisch, maar gezien wat er al is bereikt is het realistisch dat we onze doelen kunnen verwezenlijken. Wij waren ter plekke, wij hebben de kennis, de netwerken en de toegang, en we gaan terug. Wij geloven niet alleen in wat er mogelijk is, wij zijn het gaan doen, samen met anderen ter plekke en de lokale bevolking. Tal van stappen zijn al gezet en de eerste resultaten al bereikt. Maar er ligt nog een hele weg voor ons. We hebben uw steun nodig.