Papua school initiatief

Achtergrond Papua School initiatief voor de afgelegen gebieden in het hoogland

Uitdagingen voor scholing in afgelegen gebieden in Papua

In recent onderzoek, gesponsord door de Aziatische Ontwikkelingsbank, werd aanbevolen dat Lani kinderen in de meest afgelegen gebieden van Papua, Indonesië beter gediend kunnen worden door meertalige onderwijsprogramma’s gesuperviseerd door de lokale gemeenschap.

Papua’s afgelegen scholen hebben te maken met drie onderling afhankelijke probleemgebieden. Ten eerste: docenten die in de stad zijn opgeleid hebben moeite met het leven in deze afgelegen gebieden die geen elektriciteit, gezondheidsvoorzieningen, telefoonbereik of professionele ondersteuning hebben. Ten tweede kunnen veel docenten de lokale taal niet spreken, waardoor er weinig communicatie mogelijk is tussen leerling en docent. Tenslotte missen deze afgelegen scholen controle door de overheid (kostbare verbinding d.m.v. vliegtuigen of helikopters en dagenlange loopafstanden), waardoor school gebouwen niet worden onderhouden en docenten veelal zonder supervisie werken.

Deze drie onderling relateerde problemen worden door dit Papua School Initiatief aangepakt.”Het leesniveau van Lani kinderen is ongeveer 75% beneden het niveau van de Indonesische nationale norm.” Asian Development Bank

 Wie is de Lani bevolking?

De Lani, ook wel de Dani genoemd, bewonen het bergachtige terrein van centraal Papua. Hun stam telt ongeveer 200.000 mensen en vormt een van de grootste bevolkingsgroepen in Papua. Ze leven voornamelijk van landbouw, veeteelt en jacht. De vrouwen zijn bedreven in het weven van ingewikkelde nettassen. Deze tassen, die zij met een band over hun hoofd dragen, gebruiken zij om alles te vervoeren, van landbouwproducten tot hun baby’s.

 

 

De sleutel tot duurzaamheid: de vrouwen

Uit onderzoek is gebleken dat wanneer een meisje leert lezen, zij hoogstwaarschijnlijk als volwassene haar kinderen ook zal leren lezen. Als je echter een jongen leert lezen, is dat kans kleiner dat hij zijn kinderen zal leren lezen, omdat hij niet de belangrijkste opvoeder is van de kinderen.

Om waardering voor alfabetisme over meerdere generaties te garanderen is het van belang dat meisjes sa-men met jongens leren lezen en dat zij zo lang mogelijk op school blijven totdat zij vloeiend kunnen lezen (en hopelijk nog verder dan dat!).

De Lani cultuur is op dit gebied meer geëmancipeerd dan veel Westerse landen. Zo hebben de meeste Lani basisscholen zowel mannelijke als vrouwelijke docenten (hoeveel basisscholen in het Westen hebben nog mannelijke docenten?). Deze stichting biedt mannelijke en vrouwelijke rolmodellen aan vanaf het moment dat Lani kinderen naar de basisschool gaan.

 

 

Waarom een school georganiseerd door de gemeenschap?

Stel je bent een onderwijsinspecteur en je moet twee dagen lopen om het dal met de scholen onder jouw controle te bereiken. Eenmaal in het dal aangeko-men, moet je nog twee dagen reizen om alle scholen te bezoeken. Om vervol-gens jouw maandelijks verslag aan jouw baas te kunnen overhandigen, moet je weer twee dagen reizen voor de dichtstbijzijnde stad. Stel dat je drie zulke locaties voor je rekening moet nemen. Dan heb je of een geweldige conditie, of een geweldige reden om die lange afstanden te vermijden. Stel je bent een docent, en je moet elke maand diezelfde reis maken om je salaris te mogen ontvangen. Jouw school is slecht onderhouden, het heeft golfplaten voor het dak nodig, een zaag en spijkers. De schoolbanken moeten ook gerepareerd worden en er is een tekort aan whiteboard stiften. Wie gaat dit allemaal meenemen? In samenspraak met je collega’s wordt besloten dat een persoon de benodigdheden gaat aanschaffen. Plotseling verandert de docent-leerling verhouding van 3:100 naar 2:100. Of stel je nu eens voor dat een andere collega opeens ziek wordt met Dengue koorts, hoe kom je aan je materialen. Op Papua’s plattelandsscholen zijn er veel problemen nog te overwinnen. Lessen geleerd in Afrika, Nepal, India en de Filippijnen hebben bewezen dat er meestal een positieve uitkomst is wanneer de gemeenschap wordt gemobiliseerd wordt om een actieve rol te spelen bij de ondersteuning van hun school. Docenten leggen opeens meer verantwoording af aan de mensen die investeren in de toekomst van hun kinderen. Ouders zijn eerder bereid om te helpen omdat ze willen dat hun kinderen slagen. Door de verantwoordelijkheid voor het succes van de school te spreiden over de gemeenschap, worden bijvoorbeeld de kosten van het reizen naar de stad gedeeld met de dorpsbewoners en kunnen afwezige docenten zich niet langer verbergen voor een gemeenschap die     hen nu ondersteunt en monitort.

 

West-Papua kent waarschijnlijk 273 verschillende talen. De talen die de dorpelingen spreken op West Papua, tussen de dorpen onderling, kunnen verschillend zijn. In deze gebieden zijn er in veel dorpen geen scholen. De kinderen uit deze dorpen moe-ten naar de steden of andere dorpen om onderwijs te volgen. Ze spreken in hun dorp hun eigen moedertaal. Onderwijs is voor de kinderen in die dorpen problematisch . Vaak zijn de dichtstbijzijnde scholen soms 2 uur heen en terug lopen. In werkelijkheid zullen de Lani kinderen die hun basisschool hebben afgemaakt (6e-jaars) in het algemeen een niveau hebben behaald dat vergelijkbaar is met de 2e klas. Het Papua school initiatief wil dit graag veranderen. Als dit niet lukt, dan zullen de meeste Lani kinderen nooit de middelbare school afmaken, en nog minder kinderen beroepsonderwijs of universiteitsniveau bereiken. De uitdaging is dat docenten (Indonesisch) de taal van de leerlingen (Lani) niet spreken en omgekeerd ook niet. Door lezen, schrijven en rekenen in het Lani en Indonesisch aan te bieden, en door Lani sprekers op te leiden tot docenten, wordt deze communicatiebarrière overwonnen.

De Lani bevolking wil graag zien dat hun kinderen een plaats naast Indonesische kinderen krijgen op scholen, terwijl hun eigen taal en cultuur niet verdwijnt zoals bij andere culturele groepen op Papua is gebeurd. Hun wens is om op termijn een drietalig onderwijsprogramma te implementeren: Lani, Indonesisch en Engels. Door de dorpelingen mede verantwoordelijk te maken voor het onderwijs in hun dorp worden de kansen vergroot voor de Lani kinderen op beter onderwijs.

Om deze visie te verwerkelijken werkt de Lani bevolking samen met het Indonesische Ministerie van Onderwijs, verschillende Indonesische en Internationale NGO’s om een Lani-lndonesisch curriculum te ontwikkelen. Het curriculum voor de ‘Pre-School’, is in Nederland mede ontwikkeld door drs. M.L. Fliers (maart 2016).

Prof. Joost Pikkert, SIL Jayapura 2016.